Games breken routine-denken

Geschreven door Orly Polak

Brein en routine

Ons brein wordt lui als we elke dag dezelfde werkzaamheden uitvoeren. We gaan dan werken op automatische piloot. Een noodzakelijke eigenschap die we als mens elke dag met veel plezier gebruiken. Het zou toch heel erg onhandig zijn als we elke minuut moesten nadenken over hoe we ook alweer moeten autorijden, onze tanden moeten poetsen en we een eitje moeten bakken. We zouden helemaal gek worden van onze eigen gedachten en we zouden ook niet meer in staat zijn om meerdere dingen tegelijkertijd te doen. En dit is nu juist een eigenschap dat ons als mensheid zover heeft laten komen. De mens kan nou eenmaal bellen, afwassen en televisie kijken tegelijkertijd.

Routine-matig werken wordt pas gevaarlijk als de context waarin we dat doen gevaarlijk is of kan worden. Ons brein is door de gewenning minder alert op gevaar. We maken zelfs gemakzuchtige keuzes, want door de gewenning doen we dat extra stapje niet meer. Het resultaat is dat we minder bewust zijn op gevaar en de risico’s minder goed inschatten. Het is geen kwade opzet dat we het niet meer zien, maar het is ons eigen overlevingsmechanisme dat ons op dit vlak in de weg zit. Als werkgever of veiligheidskundige is het cruciaal om te beseffen dat de automatische piloot in ons allemaal zit en dat dit alleen te doorbreken is door medewerkers alert te houden.

Hoe doorbreek je de sleur?

‘Hoe breek je routine-denken?’ Is dan ook een vraag waar we continu mee bezig zijn. Games kunnen hierin een rol spelen. Neem het inmens populaire spel Pokemon Go; inmiddels al meer dan 75 miljoen keer gedownload. Pokemon Go is een mobiel spel waarin je door middel van een navigatie-tool alle 150 pokemons zoekt in je omgeving. Het spel maakt gebruik van Google Maps data en je GPS-locatie. Je kunt deze dus alleen vinden door daadwerkelijk naar buiten te gaan en rond te gaan lopen. Als je een Pokemon vindt, komt deze op je scherm met de ‘echte’ omgeving op de achtergrond. Dit verbinden en mixen van de realiteit met de virtuele wereld wordt ook wel ‘augmented reality’ genoemd.

Eigenlijk dwingt het spel je om meer met je omgeving bezig te zijn, wat je tijdens routine-klussen niet echt bent. Je fietst bijvoorbeeld niet meer ‘gewoon naar je werk’, maar je bent continu bezig met het verkennen van je omgeving met als einddoel Pokemons te vangen. Gebruikers geven aan dat door Pokemon Go te spelen ze eigenlijk pas realiseren wat er allemaal in hun omgeving te zien is. Welke routes er zijn, hoe plekken heten en wat voor standbeelden er bijvoorbeeld staan.

Wat kunnen wij leren van Pokemon Go

Dat Pokemon Go het te bont maakt, is geen nieuws. Mensen zijn zo veel bezig met het vangen van Pokemons, dat ze eigenlijk nog veel minder alert zijn op de daadwerkelijke risico’s die zich voordoen in hun omgeving.. Ze lijken het belangrijker te vinden de Pokemons in hun omgeving te vangen. Er zijn onder andere al veel gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan omdat bestuurders op de snelweg stopten om een Pokemon te vangen. Echter, kunnen we wel van Pokemon Go leren. Namelijk dat het doorbreken van routine door middel van gaming werkt. Op het moment dat je zo’n soort zelfde type gameplay op de juiste manier inzet in een gecontroleerde omgeving, kan het heel effectief zijn in het creeren van meer risicobewustzijn. Wat Pokemon Go doet, is je belonen voor alert zijn.

Wij gebruiken dit zelfde denkprincipe ook in onze interactieve videoquizzen. Weet jij het risico in deze situatie te spotten? Een mooie innovatie voor ons en de gehele learningindustrie zou zijn als je dit gamificatieprincipe kan doorvoeren naar de fysieke ruimte. Dan kan je dus echt leren on the job. Waarom gaan we geen risico’s vangen in onze echte werkomgeving?